Fietsen naar Carcassonne
Na Rome en de Zwitserse Alpen voert onze fietsvakantie ons dit jaar naar de voet van de Pyreneeen, met als einddoel Carcassonne (inderdaad, Carcasonne is die stad van het spel 'Carcasonne', maar het is vooral ook een hele mooie oude vestingstad).
Er zijn verschillende mooie fietsroutes naar Zuid-Frankrijk uitgewerkt. Onze keus viel op de route van CartoStudio, Onbegrensd fietsen van Amsterdam naar Barcelona. Hoewel wij natuurlijk geen vergelijking kunnen maken met de andere fietsroutes, kunnen we wel met zekerheid stellen dat deze route de moeite waard is. Zij maakt de door de schrijvers gedane beloftes meer dan waar.
De route die wij gereden hebben volgt in grote lijnen de route van Carto Studio. Alleen in de Cevennen hebben we een ommetje gemaakt. Voor de routebeschrijving in de Cevennen kijk hier. Vanuit Sall`elles d' Aude zijn we definitief van de route afgebogen en zijn we doorgestoken naar Carcassonne. Voor deze route kijk hier.

Van Amsterdam naar Charney
Op 6 juni staan we 's ochtends vroeg op. Er schijnt zowaar een (weliswaas waterig) zonnetje. Voor het eerst in vier jaar vertrekken we niet in de regen. Dat bevalt ons eigenlijk wel, en we spreken af dat volgend jaar weer zo te doen. De eerste etappe is een bekende: Van Amsterdam naar Geldermalsen, waar Linda's ouders wonen.
De volgende dag fietsen we in de loop van de ochtend naar Wijk en Aalburg, waar we met de familie een gezellig weekendje op een boerderij-camping doorbrengen.
9 Juni begint onze fietsvakantie pas echt. Via het 'Bels lijntje', een fietspad aangelegd op een oud spoorwegtrace, fietsen we van Tilburg naar Tienen, bij Leuven. In Tienen kunnen we de de route oppakken. Vanaf Hoegaarden (van het bier) volgen we wederom een oud spoorlijntje, helemaal tot in Namen. Gelukkig geeft onze lieve heer ons alsnog de plensbui die we bij het vertrek uit Amsterdam hebben moeten missen.
In Namen komen de Sambre en de Maas bij elkaar. De route voert ons dwars door het centrum van de stad. Bij de Maas aangekomen, slaan we rechtsaf, en fietsen over het jaagpad door naar Wepion. Daar genieten we even van een bakje van de beroemde aardbeien, om door te fietsen naar Profondeville, waar een leuke camping zou zijn. Wij kunnen deze camping echter niet zo snel vinden. Gelukkig stopt er een collega-fietser die ooit door een Nederlander een berg op is gepraat, en als dank daarvoor biedt hij aan dat we in zijn tuin kunnen overnachten. Het huis ligt sprookjesachtig op een heuvel, maar het gras moeten we eerst flink plat slaan voor we er uberhaupt over kunnen denken om onze tent op te zetten.
De ochtend erna zijn de dreigende regenwolken die al twee dagen boven ons hingen dan toch te zwaar geworden. Het regent dat het giet. We horen dat het verder naar het zuiden wel zonnig weer is. Daarom pakken we in Dinant een klein stukje de trein, om 's avonds in Jamoigne de camping op te zoeken.
Vanuit Jampoigne rijden we naar Frankrijk. Helaas, ook in Frankrijk is het weer niet opgeknapt. Het blijft dus aanmodderen, soms letterlijk, als de route ons over een bospad voert. In Charney is onze eerste camping op franse bodem.
Van Charney naar Le Puy-en-Velay
Noord Frankrijk is zoals we verwacht hadden. Niet vervelend fietsen,maar zeker ook niet vlak, zoals de route beloofd. Al gauw dopen we Noord-Frankrijk om in Paulsvlakte (analoog aan de Povlakte, genoemd naar Paul Benjaminse, die de route schreef). De weg gaat continu omhoog en omlaag. Rust wordt de benen nauwelijks gegund, en een mooie beloning in de vorm van een mooi uitzicht of een geweldige afdaling blijft ook uit. De weggetjes zijn echter klein en rustig, en verdwalen is er niet bij door het goede systeem van wegnummering in Frankrijk in combinatie met de routeboekjes. We passeren Verdun, waar we de Citadelle van buitenaf bewonderen, en fietsen door het Maasdal naar Villers-sur-Meuse. Daar geeft de route ons de keus door te fietsen door het Maasdal of iets zwaarder door het bos. Omdat we de Maas ondertussen wel eventjes genoeg gezien hebben trekken we de bossen van 'Foret Domaniale de la Montagne' in. Een geweldig mooi weggetje voert ons door dorpjes als Rupt en Woevre en Mouilly tot in Hattonchatel. Daar dalen we af naar het Lac de Madine waar we het fietspad langs het meer volgen. En als je niet wilt dat iemand je inhaalt als je zit te eten, zet je je fiets gewoon op een wildrooster. 's Middags zetten we onze tent op op de geweldige camping municipale van Mandres aux 4 Tours. Omdat de beheerder pas laat in de middag op de camping komt zetten we de tent alvast op. Dan blijkt dat Dirk een lekke band heeft. Een beter moment kan niet. Met behulp van de pomp van medekampeerders pompen we de nieuwe band stevig op.
De volgende ochtend wachten we even op de bakker die op de camping komt, en na inkopen gedaan te hebben vertrekken we voor de volgende etappe. Die voert ons over onverharde wegen door het 'Foret de la Reine' tot in Boucq. In Pagny komen we weer in het Maasdal, dat we volgen tot in Sauvigny. We passeren Grand, waar de ruines van een Romeins amphitheater drommen touristen trekken maar ons een beetje heel erg veel tegenvallen. Wel verkoopt men in het cafe lekkere ijsjes, en dat hadden we nodig. De zon is namelijk achter de wolken vandaan gekomen en lijkt in te willen halen wat hij ons de afgelopen dagen niet heeft kunnen geven. Heerlijk weertje dus. In Andalot zoeken we de camping. Omdat dat de enige camping is in de omgeving hopen we daar te kunnen overnachten. De camper die ons over het smalle weggetje tegenmoet rijdt, doet ons het ergste vrezen. En jawel, de camping is nog gesloten, en gaat pas de volgende dag open. Daar de volgende camping 60 km verder is besluiten we toch maar onze tent op te zetten. 's Avonds komt de beheerder, zodat we toch nog kunnen betalen. We krijgen zelfs een tractatie omdat we de eerste klanten voor haar zijn.
Van Andelot rijden we langs het Canal de la Marne a Saone naar Langres en bekijken 's middags de binnenstad. Als we op de camping terugkomen zijn we ingebouwd door de caravans en de campers, die net als wij op doorreis zijn naar het zuiden. We voelen ons helemaal thuis.
Onze volgende stop is Beaune. Van Beaune rijden we door wijngebieden naar Chagny. Hier fietsen we verder langs het kanaal. Via Farges en Givry komen we op het fietspad dat ons helemaal naar Cluny voert. Omdat het nog vroeg is als we daar aankomen besluiten we de middeleeuwse stad met een bezoek te vereren.
Na Cluny kiezen we voor de zwaarste routevariant. Na enig zoeken vinden we de weg naar Jalogny, en fietsen door steeds heuvelachtiger wordend terrein naar Matour, waar het echte klimwerk begint naar de Col de la Croix d'Auterre. Een fikse klim en een wonderschoon weggetje later fietsen we via Chateauneuf naar Charlieux. Hier worden we door de campingbeheerder gastvrij onthaald. Hij wijst ons een geweldig (illegaal) plekje onder de schaduw van een grote boom waar we de tent op kunnen zetten. Dan trekken we het dorpje in om een zwembroek te kopen. Het is in Frankrijk namelijk verboden met een boxershort te zwemmen, en laat ik nou net geen zwemslip bij me hebben. Om te voorkomen dat ik de rest van de vakantie naar de campingzwembaden kan gaan zitten kijken besluiten we maar zo snel mogelijk een slip aan te schaffen.
Van Charlieux fietsen we langs de Loire naar Roanne, waar we zo snel mogelijk ook weer uit weg fietsen, richting stuwmeer. Hier moeten we echt aan de bak. We klimmen naar La Croix Trevingt en dalen daarna razendsnel af naar St Just waar we de camping bezoeken.
De volgende dag gaat het flink op en af tot we de camping in Ambert bereiken. De camping van Ambert valt een beetje tegen. Hoewel een driesterren-camping, is het sanitair vies. Onze plek is wel erg mooi: er is zo veel ruimte dat er naast ons nog wel zeven andere tentjes en caravans kunnen staan. Als we de volgende dag verder fietsen nemen we even de grote weg, om weer terug op de route te komen in Dore l'Eglise. In Dore begint de klim naar La Chaise Dieu, die af en toe vrij pittig is. Na de klim blijft de route stijgen en dalen, totdat vanaf Allegre het dalen de overhand krijgt. In St-Paulien rusten we in een parkje in de schaduw van de kerk. We dalen verder naar Polignac, om via een klein heuveltje in Le Puy en Velay uit te komen. Op de camping staan de stoelen klaar voor trekkers
Van Le Puy-en-Velay naar Florac
Vanaf Le Puy-en-Velay, aan de voet van de Cevennen, rijden we langs de Loire, lekker vlak, naar Coubon. Hierna klimmen we naar Le Monastier. Hier wordt druk gewerkt om de voorbereidingen voor het midzomerfeest rond te krijgen. Omdat het wel gezellig is besluiten we hier even te lunchen, ook omdat het volgende stuk flink stijgt en daalt. In Langogne nemen we niet de camping Municipale, maar fietsen we een paar kilometer omhoog naar een camping aan het Reservoir de Naussac die door de schrijvers van de route wordt aangeraden. De camping is inderdaad heel mooi, maar omdat het zwembad nog gesloten is en het in het meer niet mogelijk is om te zwemmen, valt de camping ons een beetje tegen.
Van Naussac volgen we nog even de uitgezette fietsroute tot in La Bastide-Puylaurent. Daar verlaten we de route. Voor een routebeschrijving klik hier. We rijden over de D6, een kleine weg die rustig stijgend de Cevennen ingaat. In Belvezet gaan we links richting Col de Finiels. Voordat we deze lekkere col kunnen beklimmen moeten we eerst nog de col de Bleymart over. Tussen de twee colletjes eten we een ijsje in een cafe, waarna we er weer helemaal tegenaan kunnen. Na de col de Finiels dalen we flink af naar Le Pont de Montvert. We twijfelen of we daar een camping willen pakken, maar besluiten dat niet te doen, omdat we eigenlijk naar Florac willen (voor een Nederlands krantje). We fietsen dus door, en komen er dan achter dat we een hele lange afdaling hebben langs de Tarn. De mooie uitzichten vechten om de aandacht. Gelukkig zijn we weer voor het toeristenseizoen op vakantie, zodat we rustig kunnen genieten van de omgeving, zonder door de caravans van de weg gedrukt te worden. In Florac blijken weliswaar veel campings te zijn, maar het merendeel is nog gesloten. We zoeken de camping die het dichtst bij het centrum ligt, en duiken het zwembad in.
De dag erna hebben we een rustdag gepland. We willen de causses de Mejean op. Ondanks het matige weer (het regent zelfs af en toe) fietsen we omhoog via een stijl weggetje. Boven aangekomen blijkt het flink koud te zijn, waar we toch niet echt rekening mee gehouden hadden. We lopen een klein rondje door de mist en de regen, en besluiten maar terug naar de camping te gaan. Later op de dag klaart het weer zo veel op, dat we alsnog van het zwembad gebruik kunnen maken.
Van Florac naar Brissac
De volgende dag fietsen we naar Vebron, waar we de weg vragen. We gaan voor de herkansing. We willen nogmaals de Causse op, deze keer met warm weer en bagage. De meneer aan wie we de weg vragen, lacht een beetje medelijdend en waarschuwt ons voor het stijgingspercentage (15 - 20%). Vol goede moed beginnen we te klimmen. Hoe hoger we komen, hoe meer wind er waait, en hoe stijler de weg is. We fietsen langs de Chaos de Nimes-le-Vieux, een soort maanlandschap met veel stenen en rotsformaties. We maken wederom een wandelingetje, deze keer in een brandende zon, en fietsen dan , dalend, naar de Col de Perjuret. Vanaf deze col klimmen we naar de top van de Mont Aigoual, waar we in het restaurant een goede maaltijd voorgezet krijgen. Daarna begint een afdaling die wij niet snel meer zullen vergeten: Eerst de Mont Aigoual af, daarna verder dalen langs de Herault. Totaal ruim 60 kilometer dalen. In Brissac komen we weer op de route naar Barcelona. Na ruim 115 kilometer (zo voelt het overigens niet door de lange afdaling) fietsen besluiten we in Brissac een camping te zoeken
Van Brissac naar Carcassonne en weer naar huis
Na Brissac mogen we weer een stuk langs de Herault fietsen. Weer fietsen we bijna zonder trappen door het dal. Helaas duurt dat vandaag maar kort. Na het dorpje Bougette begint de weg te stijgen. In Causse de la Selle besluiten we nog eenmaal deze vakantie de bergachtige route te nemen. We fietsen dus naar St Jean de Bueges, om vervolgens in de brandende zon bijna 20 kilometer niemand tegen te komen. Zelfs geen huis. Ook hier hebben de routeschrijvers ons niet voor niets gewaarschuwd. Door de wijngaarden fietsen we naar Pezenas. Na een korte discussie of we in Pezenas al een camping willen nemen, besluiten we nog even door te fietsen. Wat je vandaag fietst, hoef je de volgende dag niet te fietsen, toch? Helaas blijkt de camping in Castelnau dit jaar gesloten, waardoor we weer moetten kiezen: teruggaan naar Pezenas of door naar de volgende camping. We besluiten dat teruggaan in ieder geval voor de moraal niet goed is en we fietsen door. In St. Thibery vinden we na lang zoeken en een flinke omweg, tot bijna op de autosnelweg, een camping.
Als we de volgende dag opstaan waait er een fris windje. Niet dat het koud is, maar de wind waait zo hard, dat hij bijna koud aanvoelt. We stappen maar snel op de fiets richting Middelandse Zee. Hoe verder we fietsen, hoe drukker het wordt. In Vias-Plage fietsen we tot op het strand. We worden door enkele vroege badgasten (het is pas 10.00 uur) meewarig bekeken. Meewarig kijken we terug. Na een korte stop rijden we terug tot we het Canal du Midi kruisen. We volgen het kanaal in westelijke richting, tegen het straffe windje in. Het weggetje dat ons dwars door de campings voert, gaat na 8 kilometer over in een fietspad. Dit pad volgen we zonder problemen tot voorbij Beziers. Af en toe groeten we 'de traag voortpruttelende toeristen' (PB, red). Bij de Ecluses de Foncerannes komen we pas echt in contact met deze mensen. We kijken een half uurtje naar het geklungel van botenbestuurders en hun echtgenotes, die geen kaas gegeten hebben van het sturen van boten in nauwe sluisjes, en komen tot de conclusie dat een fietsvakantie ons beter past. We volgen de het kanaal tot Poilhes en fietsen door naar Salleles d'Aude. Op de camping municipale zetten we onze tent op. Als enige, overigens, zodat we uitgebreid de tijd nemen om te douchen.
De laatste volle fietsdag waait het windje niet meer. Het is een Wind geworden. En we moeten er dwars tegenin. We willen namelijk naar Carcassonne, en dat ligt bijna pal westwaarts. Hoewel er een grote rijksweg naar Carcassonne is, zoeken we een route die over kleine weggetjes voert. Voor een routebeschrijving klik hier. Onderweg komen we enkele vakantiefietsers tegen die de Katharenroute rijden. Het grote verschil is dat deze mensen met de wind mee fietsen, en dus twee keer zo snel gaan. Tegen de middag komen we in Carcassonne aan, waar we zo snel mogelijk de tent opzetten. Daarna beginnen we met het culturele gedeelte van deze dag en bezoeken we de oude bovenstad.
Twee dagen later stappen we in de trein naar Narbonnen waar onze trein naar Nederland vertrekt.
Terug in Amsterdam eindigt onze vakantie, en zo ook dit reisverslag. Wij hopen dat u genoten hebt, en wensen iedereen met dezelfde of andere vakantieplannen een fijne vakantie toe.



































































