Onze fietsvakanties

Zoek in deze site

Op de fiets van Amsterdam naar Rome

In 2000 fietsen wij van Amsterdam (waar we toen nog woonden) naar Rome, via de bekende fietsroute van Paul Benjaminse. Alleen in Zwitserland zijn we af en toe van de route afgeweken, en hebben we de fietsbordjes van Veloland Schweiz gevolgd, vooral waar de route van Benjaminse de Rijn overstak naar Duitsland.

De 1e juli 2000 vertrekken we eindelijk voor onze eerste Grote Fietstrek. Onder een zwaar wolkendek stappen we op de fiets, om op de Dam door een Spaanse toerist een foto te laten maken. We fietsen per slot van rekening van de ene grote stad (Amsterdam) naar de andere (Rome, St Pietersplein). Vanaf de Dam volgen we de Amstel en de bordjes LF7. De route tot Maastricht is redelijk bekend fietsterrein, omdat we al eerder de daar wonende familie 'befietst' hebben. Langs de Vecht vergapen we ons zoals gewoonlijk aan de kasten van huizen, en komen tot de slotsom dat wij ook best wel mooi wonen. Na een overnachting bij onze (schoon)ouders in Geldermalsen fietsen we verder naar Beek (de andere (schoon)ouders). Vanaf daar wordt het pas echt vakantie, want nu komen we langzaam op onbekend terrein.

Het weer zorgt eveneens voor een vakantiestemming. Een watersportvakantiestemming weliswaar, maar toch. Gedurende 4 dagen zien we amper een zonnetje, en zijn we al blij als het niet heel hard regent. Pas als we Luxemburg dreigen uit te spoelen verschijnen er voorzichtige zonnestraaltjes. Als dan ook nog de lowrider van een van de fietsen breekt, en we dus verplicht een uurtje in het zonnetje moeten wachten op de reparatie, is het leed snel geleden. Met een provisorisch gerepareerde voordrager (gelukkig hoeven we nog maar 1500 km) en heerlijk lenteweer fietsen we verder richting Frankrijk. Daar wacht ons de eerste echte berg: de Col du Donon. Als om ons een hart onder de riem te steken laat Onze lieve Heer de achterband van Dirks fiets leeglopen en stuurt een plensbuitje naar beneden. We besluiten om de dag erna met lucht in de band en frisse moed verder te gaan en zoeken de camping op waar we toevallig net langs waren gereden.

grensoostenrijk
luxemburg
rijn1
engeland2006d 022
wegweg
kaartzwitserlandmetroute
klimmen
italiaansegrens
engeland2006d 034
rome2
engeland2006d 139
rijn4
naderenalpen
omslag2
omslag6
zwitsersegrens
plas
lichtenstein
crete
rome1
picnic
foutparkeren
lf7
spiegel
rome4
omslag
haarspelden
dam
rijn3
povlakte
rijn2
dorpjezwitserland
rome3
campflorence
vogezen
doorkijkje
zocca
01/37 
start stop bwd fwd

De beklimming van de Col du Donon valt alles mee, de daarna komende Col du Steige is een eitje. Door de wijngebieden fietsend kunnen we al merken dat we naar het zuiden fietsen, want de perioden met zon en zonder regen worden steeds langer. Als we in Basel aankomen is het waarempel warm!

Zwitserland is zoals Zwitserland hoort te zijn: mooi, rustig en vooral netjes. De huizen waar we langs fietsen zitten goed in de verf, de tuintjes zijn netjes aangeharkt, alle dorpjes hebben een openbaar toilet met drinkwater, en alle campings die wij gezien hebben waren netjes, rustig, en hadden de nodige voorzieningen, zonder dat het caravansteden waren.

In Möhlin springt de velg van een van de wielen, waardoor we niet verder kunnen. De plaatselijke fietsenmaker heeft de goede maat wiel niet, en belooft er de dag erna eentje te halen in de stad. Dat wordt dus een verplichte rustdag. Niet zo heel erg, want de Tour de France doet Zwitserland aan in 2000, en komt toevallig bijna door Möhlin. We scoren een aantal uitgeworpen cadeautjes van de tourkaravaan en zien een groep wielrenners voorbijflitsen, en wachten vervolgens geduldig op de volgende dag. De cadeautjes geven we aan de kinderen op de camping (we moeten namelijk aan het gewicht van de bagage denken). Als de fiets weer in topvorm is zijn wij dat ook en we vertrekken vol goede moed richting Bodensee. We fietsen langs de Rijn, en waar Benjaminse de fietser even Duitsland invoert, blijven wij in Zwitserland en volgen de bordjes van de Rijnroute.

Langs de Bodensee is een mooi glad fietspad aagelegd, maar door de grote aantallen fietsers is doorfietsen er niet bij, net zo min als rustig ergens zitten. We zijn dan ook blij als we weer langs de Rijn fietsen in de richting van zijn bron. We doen heel even Oostenrijk aan en rijden dwars door Lichtenstein. Terug in Zwitserland beginnen we te merken dat we klimmen. Haast ongemerkt fietsen we een paar dagen 'vals plat' omhoog. Af en toe vangen we een glimp op van besneeuwde Alpentoppen. Vanaf Chur begint het klimmen pas echt, en de nodige zweetdruppeltjes verlaten ongevraagd de poriën.

Na een flink aantal haarspeldbochten en heel wat klimwerk worden we boven op de Splügenpas beloond met een geweldig uitzicht. De afdaling Italië in is koud en guur, en beneden gekomen eten we, Italiaanser kan niet, goulash-soep. De eerste indruk van Italië is rommelig. De wegen zijn er beduidend slechter dan in Zwitserland, en op de camping moeten we flink betalen voor een lauw pisstraaltje water uit de douche. De dagen daarna fietsen we achtereenvolgens langs het Comomeer (druk, pas op voor Nederlandse vakantiegangers) en de Po-vlakte. Voornamelijk de steden in de Po-vlakte zijn de moeite waard, het platteland is plat weiland en akkerbouwgebied, en vooral héél warm. Omdat er geen low-budget-overnachtingsmogelijkheden zijn in Treviglio, moeten we beslissen of we wild gaan kamperen of een hotelletje nemen dat boven ons budget is. Blijkbaar zien we er erg onthutst uit, want voor we het weten zijn we onderweg naar het huis van een Triviglioaanse familie. De kinderen slapen die nacht bij hun ouders op de kamer, wij krijgen de kinderkamer. In ons beste Italiaans praten we gezellig met deze gastvrije familie en spelen we met de twee kinderen. De volgende dag fietsen we naar Cremona, waar we een ideale camping met veel schaduw en gratis douches vinden. Goed uitgerust vertrekken we de volgende dag voor een monsterrit naar Modena. Om de camping in Modena te kunnen bereiken moeten we een stukje autosnelweg fietsen, maar dat loont de moeite. De camping ligt letterlijk in het oog van een klaverblad. Rustig is het er dan ook geen moment. Maar gelukkig is het blikje bier uit de automaat goed koud.

Nu we de Po-vlakte eindelijk uit zijn wordt het landschap weer interessant. De Apenijnen naderen. In Zocca staan op de gezellige kleine camping de tafeltjes en stoeltjes klaar voor trekkers. We maken er dankbaar gebruik van, en plannen een extra rustdag in die we tegen onze gewoonte in voornamelijk in en bij het zwembad op de camping doorbrengen.

Uit de Appenijnen komend fietsen we recht op Florence af, waar we weer een dag blijven staan, dit keer om de stad goed te bekijken. We fietsen via Siena verder door het droge landschap Le Crete, bekijken in Chiusi de Etruskische grafheuvels en verbazen ons erover dat de superstijle weggetjes zo populair zijn als fietsgebied. In Orvieto blijkt de camping opgeheven te zijn, maar gelukkig heeft een ondernemende inwoner een nieuwe camping geopend ongeveer 50 meter verder.

Voor Rome kamperen we nog aan het Lago di Vico, een kratermeer waarvan de kraterranden zo stijl zijn dat je er amper opgefietst komt. Eraf fietsend gaat het net zo stijl, en aangezien de weg mooi recht is breken we onze eigen snelheidsrecords van in de Alpen met gemak. Hoe dichter we bij Rome komen hoe drukker het wordt, zonder dat het vervelend wordt. In Rome zijn ontzettend veel toeristen die dezelfde bezienswaardigheden bezoeken als wij. Alleen hebben ze een ander doel: zingen en God danken. Het blijkt een 'jongerenweek' in het kader van het Kerkelijk Jubileumjaar te zijn. 1 miljoen jongeren bezoeken in 'onze' week eveneens de oude stad.

Na een audientie bij één van de Nederlandse priesters in het Vaticaan, keren we onze fietsen en fietsen naar het Lago Trasimeno waar de fietsbus naar Nederland vertrekt. Gelukkig duurt dat nog drie dagen, zodat we even kunnen uitrusten van onze inspanningen.