Onze fietsvakanties
Zoek in deze site

Fietsvakantie Northumberland

En hoewel de weg letterlijk de wei in tweeën splitst, is Petran heel verontwaardigd als hij koeien naast de weg ziet staan zonder draad ertussen. "He koeien, je mag niet op de straat lopen!" 

17 Juli vertrekken we onder een stralend zonnetje voor de eerste etappe van Amstelveen naar IJmuiden, alwaar de boot naar Newcastle vertrekt. Zoals altijd nemen we ruim de tijd, want we willen natuurlijk niet te laat zijn. Echter, voor het middaguur rijden we al het strand van IJmuiden op, en dat is rijkelijk vroeg, daar de boot pas om half vijf zal vertrekken. Gelukkig is het nog steeds stralend zomerweer, en we brengen onze eerste vakantiemiddag net als miljoenen anderen aan zee door.

engeland2006 042
engeland2006 221 (2)
engeland2006 068
d 037 (2)
engeland2006 103
engeland2006 209 (2)
engeland2006 214 (2)
d 033 (2)
engeland2006d 007 (2)
engeland2006 158 (2)
engeland2006 086
engeland2006 079
engeland2006 240 (2)
engeland2006d 160 (2)
engeland2006 138 (2)
engeland2006 009
engeland2006 180 (2)
engeland2006 200 (2)
engeland2006 197 (2)
engeland2006d 152 (2)
d 094 (2)
engeland2006 181 (2)
d 058 (2)
engeland2006 115 (2)
engeland2006d 015 (2)
engeland2006 126 (2)
engeland2006 045
d 106 (2)
engeland2006 109 (2)
engeland2006 122 (2)
engeland2006 019
engeland2006d 022 (2)
engeland2006 071
d 051 (2)
engeland2006d 161 (2)
engeland2006 054
engeland2006 084
engeland2006 064
engeland2006 229 (2)
d 139 (2)
engeland2006 227 (2)
engeland2006 166 (2)
d 052 (2)
engeland2006 011
engeland2006 119 (2)
engeland2006 174 (2)
d 073 (2)
engeland2006d 002 (2)
engeland2006 231 (2)
engeland2006 097
d 076 (2)
engeland2006 203 (2)
d 080 (2)
engeland2006d 034 (2)
engeland2006 151 (2)
engeland2006 090
d 074 (2)
engeland2006 226 (2)
d 092 (2)
engeland2006d 157 (2)
engeland2006d 011 (2)
engeland2006 005
d 027 (2)
engeland2006 044
d 112 (2)
d 132 (2)
engeland2006 077
engeland2006 111 (2)
engeland2006 143 (2)
engeland2006 066
01/70 
start stop bwd fwd

Het is altijd één van onze 'dromen' geweest om met beladen fietsen een grote veerboot op te rijden, tussen de auto's en motoren door. Dat valt dus tegen. Het is bloedheet in de file voor de incheckbalie, en de meeste auto's rondom ons hebben een draaiende motor nodig om hun airco te kunnen laten werken. We staan dus al zwetend te verbranden en worden ondertussen langzaam maar zeker vergast. Gelukkig vindt Petran het allemaal even interessant. Hij kijkt zijn ogen uit. Eenmaal op de boot is het één groot feest: een mooie ballenbak, een geweldig 'huisje' en rondjes rennen rond de grote schoorsteen. Alleen het slapen is wat moeilijker. Het is ook zo gezellig samen met je ouders in een hut van 5 m2. Gelukkig hebben we de tijd mee de volgende ochtend. Wij slapen uit, maar zijn toch nog bijna de eerste in de ontbijtzaal. Daar doen we ons tegoed aan witte bonen met tomatensaus, gebakken aardappeltjes, flinke stukken meloen, worstjes, en nog veel andere dingen die iedereen om half 7 's ochtends natuurlijk graag wil eten.

De eerste fietsdag op Engelse bodem volgen we de Hadrian's cycleway, en deze voert ons door Newcastle, waar we al vrij snel overwegen om de fietskar achter te laten. Om de honderd meter moeten we slalommen door 'fietsvriendelijke' autowerende poortjes. Helaas weren deze hekjes ook een fiets met fietskar. We koppelen de kar een keer of 10 af, die dag. De eerste keer dat ik dat doe, volgt er een paniekreaktie vanuit de kar, omdat Petran net op dat moment wakker wordt, en denkt dat we hem inderdaad gaan achterlaten. Aangezien dat niet echt onze bedoeling was, is de storm net zo snel geluwd als dat ie opkwam.

We passeren de beroemde bruggen van Newcastle, en eten in een buitenwijk onze eerste engelse picnick. Daarna fietsen we over steeds rustige wegen naar Hexam, onderweg af en toe een glimpje opvangend van de Hadrian Wall. De volgende dag fietsen we heerlijk door een golvend landschap naar Once Brewed, waar volgens ons routeboekje een camping en een winkeltje zou zijn. De camping is er gelukkig, het winkeltje heeft slechts blikjes frisdrank en kaartmateriaal en is gevestigd in een toeristencentrum. Gelukkig hebben we nog een half brood in de fietstas, zodat we de volgende ochtend toch kunnen ontbijten.

Vanaf Once Brewed pakken we de Pennine cycleway op. De laatste blik op de Hadrian Wall is meteen ook de 'beste': het miezert een beetje, en dat hoort toch een beetje bij dit landschap. Snel maken we een foto, en gaan weer verder. Het landschap wordt steeds desolater. Het lijkt alsof we de enige op deze wereld zijn, maar gelukkig komen we af en toe fietsbordjes tegen met het routenummer. De hele dag zien we niemand, tot vlak voor Bellingham. Daar treffen we op de camping en in het stadje een aantal andere fietstoeristen. Niet zo gek als je bedenkt dat in Bellingham de Pennine cycleway de Reiversroute elkaar kruisen, en Bellingham de centrumplaats voor de wijde omgeving is.

Omdat Bellingham goede voorzieningen heeft en we een leuke boerderijcamping met onze aanwezigheid verblijden, besluiten we een rustdag in te plannen. In een onbewaakt ogenblik belooft Linda aan Petran dat we naar het zwembad gaan. Helaas... Bellingham is dan nog zo groot en van alles voorzien, een zwembad is er niet. Dus we fietsen op onze rustdag naar Kielder Water, waar in het toeristencentrum een zwembad moet zijn. En inderdaad, 25 kilometer verder én omhoog is een zwembad, van 4 bij 6 meter weliswaar, maar het is er. Gelukkig kunnen we daarna weer terug naar Bellingham, en dat gaat dus 25 kilometer naar beneden.

Van Bellingham fietsen we via Chennell naar Wooler, ons onderweg afvragend hoe de wandelaars van de Pennines Trail dat doen. Wij komen namelijk geen winkel of café tegen, maar wel ontelbaar veel bordjes van genoemde wandelroute. Hoe verlaten het land hier ook mag zijn, de route klopt tot in de puntjes. Op een gegeven moment gaan we door een hek (moet je wel zelf openen en sluiten), om vervolgens een stuk nieuw asfalt van de ene wei naar de andere te treffen. Wij besluiten dat dit asfalt speciaal voor ons in aangelegd, en maken er dankbaar gebruik van. En hoewel de weg letterlijk de wei in tweeën splitst, is Petran heel verontwaardigd als hij koeien naast de weg ziet staan zonder draad ertussen. "He koeien, je mag niet op de straat lopen!"

Wooler is weer een grotere plaats, met een heerlijke camping. De wasmachine kost één pond per wasbeurt, dus dat is reden om een rustdag in te lassen. Bovendien zijn er een aantal kinderen die graag met Petran willen spelen, en dat betekent rust voor ons als ouders. Tijdens de rustdag maken we een fietstochtje naar Chilingham Castle, waar Petran het kanon tot waterslang bombardeert en ondanks de tientallen toeristen een uur lang brandweertje speelt en pssst roept. Wij genieten ondertussen van de imposante aanblik van Chillingham Castle en eten onze lunch op in de kasteeltuin.

De volgende dag brengt ons even in Schotland. In Coldstream blijkt de camping helaas opgeheven te zijn. We besluiten naar een andere camping te fietsen, waar we eerder die dag al vlakbij geweest zijn. De lus door Schotland wordt daarmee een echt ommetje. De volgende tegenvaller laat niet lang op zich wachten. De camping blijkt er één van de meest verschrikkelijke soort: 18 stacaravans, waarvan er slechts twee bewoond zijn, een gesloten pub, geen andere trekkers en dat alles aan een drukke weg. Gelukkig is dit alles maar voor één nachtje, en vol goede moed trekken we 's ochtends weer verder. We gaan nu richting zee, hebben de bergen van de Pennines nu definitief achter ons gelaten, en de camping kan die avond alleen maar meevallen.

Fietsen langs de zee kennen we natuurlijk van thuis, maar in Engeland is het toch weer ietsje anders. Zo zul je in Nederland geen fietspaden tegenkomen met kuilen waar je hele fiets in kan, evenmin fiets je in Nederland snel over het strand of over een grasveld van een golfclub. In Engeland wel, en dat maakt het erg afwisselend. In Beachcomber House strijken we op advies van andere fietsers neer op de camping, al kost het ons wat moeite een vlak plekje te vinden op deze camping die letterlijk in de laatste duinenrij ligt. Zo gauw we kunnen klimmen we met Petran de laatste duin over en zien voor ons een strand waar je U tegen zegt. Minstens 500 meter breed strekt het zand zich uit. We vermaken ons met kastelen bouwen die door de opkomende vloed snel weer worden overspoeld.

Vanaf Beachcomber House fietsen we de dag daarna naar Holy Island, waar het net Valkenburg is. Druk (relatief), veel restaurantjes en ijskraampjes (relatief) en toiletten waar je voor moet betalen, en dat hebben we nergens anders onderweg gezien. De volgende dag breken we de tent weer op, en fietsen naar Bamburgh Castle. Het beroemdste kasteel langs de Engelse kust mag er wezen, al is het alleen al om de berg die je moet beklimmen om bij de poort te komen. We parkeren de fietsen voor de deur en maken wat foto's. Vervolgens dalen we weer af naar Bamburgh, en eten een ijsje. Opgefrist fietsen we door naar Beadnell, waar een boerencamping aan zee zou moeten zijn. Die is er ook, alleen is er geen plaats voor ons kleine tentje. We worden voor het eerst in onze fietscarrière geweigerd op een camping. En hoewel dat een unicum is, zijn we er niet echt blij mee. De volgende camping is ook vol, maar daar wordt, zoals we dat eigenlijk gewend zijn, plaats gecreeerd. We mogen staan op een klein stukje gras, waar officieel niemand kan staan. Wij gelukkig wel, en er zou nog wel een tentje naast hebben gekund.

Ook deze camping ligt aan zee, en Petran vermaakt zich met kastelen bouwen, schelpen zoeken, stenen in de zee gooien en kuilen graven. We lijken bijna op strandvakantie te zijn.

Van Beadnell fietsen we door de duinen, langs de zee en af en toe over een boulevard als we een dorpje passeren. Vlak voor Warkworth kiezen we voor de alternatieve route door de duinen in plaats van de officiele route over de weg. Nog geen kilometer verder wordt ons door een aantal mensen gezegd dat het pad verderop echt te smal is voor onze fietskar. We besluiten om te keren en fietsen over de grote weg naar  Warkworth. Daar is onze volgend stop. Ook al kost het ons moeite om een kampeerplek te vinden. De camping is al jaren opgedoekt. Gelukkig vinden we een caravanpark waar de eigenaar met zijn hand over zijn hart strijkt. Later arriveren nog twee fietsers, die ook een plekje vinden, waardoor het bijna een trekkerscamping begint te lijken.

Vanaf Warkworth komen we langzaam in het drukkere, industriele gedeelte van Northumbria. Het routeboekje waarschuwt ons met de tekst "... moet je tot aan Newcastle oogkleppen opzetten, genieten van de uitzichten op zee, en vooral hard doorfietsen". In het begin lijkt het wel mee te vallen, maar hoe verder we komen hoe lelijker en prominenter de fabrieken in het landschap staan. We fietsen hele stukken over drukke boulevards en smalle stoepen langs een drukke weg. We fietsen zo snel we kunnen naar de enige camping in het gebied, en worden daar voor de tweede keer deze vakantie geweigerd. Er mogen alleen mensen op de camping met een caravan of camper. Een tentje mag wel naast een caravan. We proberen nog om erop te komen door te zeggen dat we wel het campertarief betalen maar het mag niet baten. De mevrouw van de camping stuurt ons hardvochtig door naar een Bed and Breakfast. Die vinden we in Whitley Bay, waar we gastvrij ontvangen worden.

De laatste dag in Engeland is eigenlijk ook een soort rustdag. We bezoeken een groot zee-aquarium, en fietsen niet meer dan 13 kilometer tot aan de ferry. We brengen onze tijd zoet in een winkelcentrum met een klein speeltuintje, alvorens we gaan inchecken voor de boot. Daar drijgt een regenbui ons in te halen, net voor we de boot op mogen rijden. Eén van de stewards ziet ons en nog een tiental fietsers staan, en regelt dat we eerst mogen. Helemaal droog zijn we niet gebleven, maar het ergste zijn we met dank aan een goede service van SDSF net misgelopen.

Onze hut op de boot is nog mooier dan op de heenreis. Petran herkent alles en speelt nog leuker dan de eerste keer in de ballenbak en in de piratenclub. We tikken een drie dagen oude krant op de kop om wat te lezen te hebben, en zitten heerlijk te wachten tot Petran moe genoeg is om te gaan slapen.

's Ochtends ontbijten we wederom met een heerlijke mix van witte bonen, gebakken ei, aardappeltjes en worstjes, en gaan gesterkt op pad. Als we van de boot afrijden ziet het er nog redelijk uit, nog geen twee kilometer verder hebben we de eerste en enige plensbui te pakken. Gelukkig de enige op de reis naar huis, maar helaas wel eentje die de hele dag niet meer ophoudt. Als we om 12 uur in Amstelveen van de fiets stappen, zijn we alsnog drijfnat, terwijl we eigenlijk de hele vakantie in Engeland stralend weer hebben gehad. Thuisgekomen is natgeregend zijn overigens helemaal niet zo erg, want er staan een paar kleerkasten met droge kleren op ons te wachten.

Laatst aangepast (zondag, 12 april 2009 20:37)